 |
 |
Eindelijk mijn eerste Frankrijkvis...
|
Na (voor mij) twee mislukte Frankrijk sessies, is
het er dan toch van gekomen. Voor vier man was er voor
geboekt om eind augustus 2001 naar Du Der te gaan en
natuurlijk stond ik stijf van de zenuwen. Het was voor
ons alle vier de eerste keer dat we naar dit zo
beruchte karper water zouden gaan.
|
Op het zuid bassin bleken de stekken te liggen waar
wij hadden geboekt. Ter plaatse leek het voor twee van
de vismaten (Ronald en
Marco I) een verloren vissessie te worden. Drect na de
eerste inworp
bleek er op hun stek nog geen meter water te staan,
zelfs na een honderd meter in het water gewaad te
hebben, werd het er niet beter op. Maar na de lange
reis en het opzetten van alle spullen, besloten de
heren om de eerste nacht maar af te wachten.
Mijn zoon (Marco II) en ik visten naar de rechter
zijde van de landtong, waar volgens de visvinder na
ongeveer tachtig meter de water diepte van twee meter
geleidelijk afliep naar zes meter. Dat zag er dus
prachtig uit en vol vertrouwen werden de lijnen te
water gelaten en de eerste voercampagne gestart.
Moe en voldaan zochten wij rond een uur of elf de
beschutting van de tent op. Echter veel rust werd ons
niet gegund, rond half twaalf hoorde wij een pieper
krijsen. Het bleek van de kop van de landtong af te
komen. Ja, buiten alle verwachtingen om bleek dat op
dat kleine beetje water ook nog karper rond te
zwemmen.
Ronald en Marco, moesten allebei te water om de vis te
gaan scheppen en de vreugde kreten waren niet van de
lucht toen het ook
nog eens een mooie hoge twintiger bleek te zijn.
Die nacht werden die zelfde twee laagwatervissers nog
twee keer verrast. Een ieder zal begrijpen dat
s'morgens besloten werd om niet te verkassen, drie
vissen op een plaats waar je eigenlijk niets verwacht
is niet slecht voor de eerste nacht. Wij (mijn zoon en
ik) moesten het doen met twee verspeelde vissen, het
leek wel of er een kompleet bos onderwater stond.
Onmiddellijk na een run en de daarop volgende aanslag
leek het wel of we aan de wereld vast zaten, niets
hielp, zelfs niet om in de nachtelijke uren (illegaal)
met de boot het water op te gaan.
Maar zoals je op de foto's kunt zien waren de vismaten
heel tevreden en dat maakt (ook voor ons) veel goed.
De tweede dag gaf ons de gelegenheid eens goed na te
denken wat de
mogelijkheden waren om de vissen die wij op de haak
kregen ook in het landingsnet te laten verdwijnen. Na
rijp beraad werd besloten om over de diepe geul heen
te gaan vissen. Dat was (bleek later) een goede zet.
Reeds de eerste nacht werden de eerste vissen
(weliswaar niet zo zwaar) op grote afstand gevangen.
De daguren waren niet productief, zo nu en dan een
piepje, wat meestal betekende dat er op de
laagwaterstekken een van vele meerkoeten de verkeerde
boilie oppikte of dat een nieuwsgierige Franse
waterfietser te dicht onder de kant verscheen. Maar
het was niet vervelend om ons nog niet zo erg bruine
torso aan de Franse zon te moeten tonen. Daar werd
hij zeker niet witter van.
De derde en vierde nacht vertoonde het zelfde beeld
als de voorgaande zodat we op donderdag morgen konden
inventariseren:
Ronald: 18-22-27-32-37 pond
Marco I: 17-22-26-29 pond
Marco II (mijn zoon): 16-16-22 -23-24 pond
Toon (ik dus): 1 voorn-1 zeelt- 1x 18 pond
(eindelijk mijn eerste
Frankrijk karper)En wat ook wel belangrijk was, het weer ging
veranderen. Reeds vroeg in de ochtend werd er
gezamenlijk ontbeten (onder een paraplu) en daarna op
het gemak een boek gelezen in de tent.
Zo rond een uur of een in de middag hoor ik vanuit
mijn tent, een vreemd tikkend geluid. Ik, in mijn boek
verzonken, analyseer het geluid. Het leek heel sterk
op het geluid van een antiretour, zoals die
veertig jaar geleden heel gebruikelijk was op een
werpmolen van een
jongenshengel. Ik dacht nog "wie gebruikt nu in deze
moderne tijd nog
een dergelijke molen"?.
Nieuwsgierig geworden over het aanhouden van dit
geluid stak ik mijn hoofd buiten de tent. Tot mijn
grote verbazing zie ik links naast mijn tent één van
mijn 3 1/2 ponds hengels knikken en de daarop
gemonteerde Ultegra molen onder het voortbrengen van
een
"tikkend" geluid langzaam de lijn afgeven. Op blote
kakken de tent uit en met de 3 1/2 pondshengel gekromd
tot in het handsvat, sprong ik in de boot, terwijl ik
mijn zoon met "enig" keelgeluid, zover probeerde te
krijgen om als roeislaaf te fungeren. Na een
zenuwslopende
roeiwedstrijd, bleek "mijn vis" zich inmiddels
verscholen te hebben in
een rietveld aan de overkant van ons kampement. Een
kreet van ontzetting ontsnapte aan mijn inmiddels
droge strot toen de vis het nodig vond het "hazenpad"
(of heet dat anders bij vissen) te kiezen. Gelukkig
voor mij stormde de vis in een rechte lijn naar dieper
water.
Daar werd nog een stevig robbertje uitgevochten
met (ik had hem gelukkig al gezien) een "dikke vis".
Na enig passen en meten konden we een schitterende
spiegelkarper in het landingsnet laten glijden. Met
een uiterst voldaan gevoel roeiden we op ons gemak
terug naar het kampement, waar inmiddels Ronald en Marco I zenuwachtig met een camera heen en weer
liepen. Nu nog meten en wegen natuurlijk, vol spanning
keken we gezamenlijk naar de unster, die uiteindelijk
bleef staan op ruim 39 Nederlandse ponden, terwijl de
vis een lengte had van 99 cm.
Jullie zullen begrijpen, mijn week (wat zeg ik, mijn
seizoen) kon niet meer stuk.
Natuurlijk gaan binnenkort weer naar Frankrijk, nu met
zes man en op het grote meer van Du Der. Ik kan niet
anders zeggen dan, als je in de gelegenheid bent om
ooit naar een van die schitterende meren te gaan,
treuzel dan niet. Allen al de wetenschap dat er die
wateren relatief veel (en grote) mooie vissen zwemmen,
geeft bij mij al een kik. Alles daar om heen kan het
allen maar mooier maken.
O ja, dat vergeet ik nog te melden, vergeet noooooiitt
om je beet verklikker aan te zetten...
Toon Boxhoorn
(Redactie: De overige foto's vindt u in
(Record)Foto's,
Visserslatijn Extra 2002, deel 2.)
Ook uw verhaal op Visserslatijn Interactief?
Kijk bij de contactmogelijkheden.
|
|
|
|
|
 |