Deze keer zat de boot zodanig vol, dat Joost zijdelings langs de stapel spullen moest kijken om de goede koers te houden.
Na ongeveer 20 minuten varen zonder al te veel problemen, waren we aangeland op de stek. Het opstellen van de benodigdheden gebeurt altijd onder het genot van een goudgele makker. Het was 21.15 uur dat we gesteld stonden.
Mijn middelste hengel lag nog geen 10 minuten en er volgde al een zakker. Na een korte dril landde ik een winde van een pondje of vier. Dit herhaalde zich na een half uur nog eens op de buitenste hengel, zodat ik maar besloot een grote boilie van Joost eraan te doen om nog meer windegedril te voorkomen.
Vliegende karper
De nacht brak aan.
De tempratuur begon al aardig naar de nul te zakken. Wat ook zakte was het water, dit is de periode waarin de meeste karper worden gevangen, althans op onze stekken. Om 3.00 uur gilde de
Delkim van Joost het uit. De eerste karper?
Met zijn gele laarzen links aan rechts en rechts aan links stormde hij zijn tent uit. Inmiddels had ik ook mijn onderkomen verlaten, en ging even polshoogte nemen.
Hij had een vliegende karper aan de lijn!!!... of was het een vogel. Het bleek een waterkip in duikuitrusting. Gelukkig loste de haak op 10 m hoogte en was het afwachten waar deze neer zou komen. Na een plons vlak voor de kant draaide Joost verward zijn hengel binnen, en stond even te denken wat er nu gebeurt was.
De hengel weer beaast en op zijn plek gegooid, gingen we weer terug naar onze tenten.
Om 5.00 uur was het mijn Delkim die
afging. Na een korte dril op laag water landde ik een mooie schub van 15 pond.
Verder verliep de nacht koud en stil.

Onthaakmat tussen de tanden
Omstreeks kwart voor 10 werd ik gewekt door een pieper, maar door technische problemen stond mijn sounderbox uit en dacht ik dat Joost nu aan de beurt was. Maar ik hoorde geen tentrits opengaan en besloot naar buiten te gaan. Tot mijn verbazing zag ik mijn swinger zijn deuntje dansen tegen de onderkant van mijn hengel. Na mijn hengel gezet te hebben, voelde ik een forse weerstand richting de vaargeul gaan. Doordat de vis besloot zijn reis richting geul voort te zetten, was ik genoodzaakt door het water, richting het einde van de golfbreker te lopen. Ik keek achterom en wat bleek. Daar kwam Joost op zijn korte gele laarzen.
Op schephoogte door het water heen lopend kwam hij naar mijn toe, gewapend met voor mijn gevoel een te klein schepnet.
In het zonnetje staand, turend waar de lijn het water raakte, keken we of we een glimp van de karper zouden krijgen. En o ja, die kregen we. Een gigant van een rug toonde zich op een afstand van 30 meter.
"Dat is een goeie, Arie", zei Joost.
De adrenaline vloog van mijn tenen naar mijn kruin en heen en weer. Na perfect schepwerk van Joost landde ik de reusachtige schub op de onthaakmat die Joost tussen zijn tanden meegenomen had. We
ontdeden de karper van de haak en vervoerden hem naar de weegplek.
Rillend met mijn rechterhand pakte ik de weegzak. Zou die de dertig halen? Ik liet de druk op de koorden van de weegzak langzaam overlopen op de haak van de weger. 10 Pond, 20 pond, 30
pond!!! 32,8 pond bleef de naald steken, mijn eerste rivierdertiger was een feit.
Na enkele foto's genomen te hebben, bracht ik de vis terug in zijn element.
Een prachtige sessie.
Groeten,
Arie Hitzerd
(Zie ook Recordfoto's 2001, Karper
1)
Ook uw verhaal op Visserslatijn Interactief?
Kijk bij de contactmogelijkheden.
|