Als men door het ijs vist,
vist men vaak met een garnaal (uit een blikje), een maïs
korrel (ook uit een blikje) of met een dood visje.
Hier mag men over het algemeen niet met levende visjes
vissen; men is bang dat die ontsnappen en zich
voortplanten in een meer of rivier waar ze niet thuis
horen).

Om door het ijs te kunnen vissen is natuurlijk een gat
nodig. Dat kan op diverse manieren gemaakt worden.
- Met een bijl. Je hakt een vierkant of rechthoekig
gat. Het probleem is dat het vaak taps is: van boven
wijd en van onderen smal (zoals het graven van een gat
in de grond met een schep). Zodra je een klein gaatje
helemaal door het ijs maakt vult het gehakte gat zich
met water... Dat gaatje is niet groot genoeg om een
gevangen vis er doorheen te trekken zodat het groter
gemaakt moet worden. Je zit dan in het water te hakken
en het ijskoude water vliegt rond... Niet zo leuk...
- Met een boor (een zgn. “auger”). Er zijn twee
soorten:
* Boren met aan het eind een soort lepel die een
snijkant heeft. Dat ding zet je op het ijs en begint
te boren (met de hand; een soort “boor omslag”). Af en
toe moet je het schaafsel (stukje ijs) uit het gat
scheppen met die boor of met wat anders.
In het midden blijft een cilindervormige staaf van ijs
staan. Boor je eenmaal door het ijs, dan kan je ook
deze cilinder verwijderen. Zo’n gat heeft meestal een
diameter van zo’n 20 cm, groot genoeg om de meeste
vissen er doorheen te trekken.
* Boren met onderaan twee vervangbare mesjes (als ze
bot geworden zijn en dan gebeurt vrij vlot). Deze boor
heeft een spiraal van metaal om het schaafsel omhoog
en uit het gat te “schroeven” (zoals een “Schroef van
Archimedes” die veel in Nederland wordt gebruikt voor
het oppompen van overtollig water uit polders). Je
bedient zo’n ding met de hand of je kunt een
gemotoriseerde kopen. Met een klein benzinemotortje.
Dat is natuurlijk een stuk makkelijker...
Ik heb eens in een meer in het midden van Manitoba
gevist waar het ijs 1,80 m dik was! Manitoba ligt zo’n
beetje in het midden van Canada en heeft een typisch
landklimaat: hete zomers (+37º C) en koude winters (-37º
C). Het gat was met een gemotoriseerde boor geboord. De
boor was echter niet lang genoeg!
Wat men dan doet is het volgende: na enig boren haalt
men het motortje, dan bijna op het ijs zit, van de boor
(die in het gat zit) en monteert tussen de boor en het
motortje een verleng staaf van zo’n 60 cm. Dan boort men
verder tot men door het ijs gaat. Soms is een tweede
verleng staaf nodig!
Het gebeurt wel eens dat men motortje en boor en / of
staaf (staven) niet goed aan elkaar vast schroeft en dan
verliest met de boor als men door het ijs gaat. Die komt
op de bodem van meer of rivier terecht...
Op sommige grote meren alhier (b.v. Lake Winnipegosis in
Manitoba) vissen beroepsvissers met netten onder het
ijs. Men maakt een gat door het ijs (met een soort
bijtel aan een lange staaf of met een motorkettingzaag).
Men doet onder het ijs een plank aan een touw en ook een
net is aan die plank verbonden. Die plank is zo
gemonteerd dat je als je een ruk aan die plank geeft het
een stukje terug gaat maar een groter stuk vooruit. Dit
doet men keer op keer tot het hele net onder het ijs
verdwenen is. Men heeft (haast) geen controle in welke
richting die plank gaat. Men kan die plank onder het ijs
volgen. Visueel of bij geluid.
Waar de plank terecht gekomen is maakt met een tweede
gat in het ijs zodat men controle over beide einden van
het net heeft. Dit net hangt verticaal in het water en
na enige dagen haalt met dit net weer uit het water in
de hoop dat vissen er in vast zitten. De draden van de
mazen zitten dan vaak achter de kieuwen vast (zgn. “gill
nets”). De overheid heeft controle over de grootte van
de mazen en andere varianten.
Er komen hier aan de westkust vijf zalmen soorten voor
terwijl in de Atlantische Oceaan maar één zalmen soort
voorkomt.

Wat kennissen van mij met “spring salmon” (Oncorhynchus
tshawytscha) bij de Skeena River bij Terrace, British
Columbia, Canada. Deze vis heeft diverse andere namen in
het engels.

Dat ben ik met een “chum salmon” (Oncorhynchus
keta) bij de Bella Coola River bij Bella Coola, zo’n 450
km ten westen van hier. Normaal zijn alle zalmen
zilverkleurig als ze in de Grote Oceaan zijn. Zwemmen ze
de rivieren op om te paaien dan worden ze geslachtsrijp
en veroorzaken hormonen een kleur verandering. Zoals bij
deze chum. De kwaliteit van het vlees gaat achteruit en
ik heb dan ook deze vis weer laten gaan. “Sockeye salmon”
worden in het paaiseizoen knalrood met groene / grijze
kop en staart.

Mijn zoon Martin (35 jaar oud; met hoed) ving met een
kunstvlieg een “Coho salmon” (Oncorhynchus kisutch); ook
in de Bella Coola River. Mijn zoon Marc (25 jaar oud;
met schepnet) schept de vis uit het water.
De twee andere soorten zijn: sockeye
salmon (Oncorhynchus nerka), en pink salmon (Oncorhynchus
gorbuscha)
De levensloop van de zalmen is interessant. Ze worden
hoog in de bergen in zoetwater geboren. Bij stukjes en
beetjes, via rivieren en meren, komen ze in de Grote
Oceaan terecht. Daar zwemmen ze langs de Aleutian
Islands richting Japan. Dan komen ze weer terug, zwemmen
de rivieren en meren op die ze als kleine visjes
afzwommen en paaien daar waar ze geboren zijn.
Een cyclus duurt (in het geval van de “sockeye salmon”)
4 jaren. Als ze de rivieren opzwemmen moeten ze
honderden kilometers (misschien wel 700 km) afleggen en
honderden meters (misschien wel 700 m) klimmen.
Watervallen worden vaak in grote sprongen overwonnen.
Daar staan vaak beren op ze te wachten om ze te
verschalken...
Tijdens het paaien slaan de ouders, op hun zij zwemmend,
een kuiltje in de rivier bodem. Daarin legt het vrouwtje
haar eieren. Het mannetje deponeert zijn homvocht en de
eitjes worden bevrucht. Stroomopwaards, vlak bij het
kuiltje, slaan de ouders weer met hun staart en
steentjes bedekken de eitjes. Daar kunnen ze
overwinteren en in het voorjaar komen de visjes tussen
de steentjes tevoorschijn... Na het paaien sterven de
ouders (in tegenstelling to de Atlantische zalm). De
karkassen drijven stroomafwaarts of komen aan de oever
vast te zitten. Die gaan dan rotten en voor een paar
weken stinkt het behoorlijk in zo’n paai gebied.
Beren (“black bears” en “grizzly bears”) en “bald eagle”
(amerikaanse zeeadelaar) doen zich te goed aan de
karkassen. Elke soort heeft zijn eigen paaitijd. In de
Bella Coola River bij Bella Coola en Hagensborg is het
goed vissen voor “pink salmon” rond 10 augustus. Daar is
het goed vissen voor “Coho salmon” rond 20 oktober...
Ik heb 5 jaar in Horsefly (ca. 70 km ten oosten van
hier) gewerkt en daar paaien de “sockeye salmon” rond 20
augustus... Soms waren er zoveel “sockeye salmon” in de
Horsefly River (die bij Vancouver de Pacific Ocean
verlieten en de Fraser River opzwommen) dat het wel leek
alsof je over de rode ruggen van de ene oever naar de
andere kon lopen...
Dit is mijn “visserslatijn” voor vandaag...
Groetend, Frans Woons
Williams Lake, BC Canada
Ook uw verhaal op Visserslatijn Interactief?
Kijk bij de contactmogelijkheden.
|