|
Nu wil ik niet voorstellen om uw harige huisvriend
voortaan maar op water en brood te zetten en de
brokken in sloot of plas te gooien. Nee, ik wil
duidelijk maken dat kattenbrokken - en dat geldt
overigens ook voor bondenbrokken - een uitermate goed
karperaas is.
Maar dat niet alleen, het vissen met brokken kan ook
nog eens een bijzonder opwindende bezigheid zijn.

Voorgeschiedenis
Nog niet zo lang geleden viste ik eigenlijk alleen
maar op roofvis. Dat hield dus in dat ik een paar
maanden in het jaar vrij was, vanwege de gesloten
tijd. Ik ben me daarom gaan interesseren voor andere
vormen van de sportvisserij. Aanvankelijk hield dat in
dat zo af en toe de vliegenhengel werd gehanteerd,
maar de laatste jaren vooral ook de karperstok.
Ik had een watertje leren kennen waarin naast grote
ruisvoorn ook karper bleek te zwemmen. Steeds vaker
werden in plaats van vliegen, maďskorrels aan het
water toevertrouwd. De maďs werd vervangen door
broodkorsten en zo kon het gebeuren dat ik in het
voorjaar steeds vaker aan de waterkant verkeerde met
een halfje witbrood en een karperhengel.
Prachtige momenten heb ik aan dat water beleefd.
Sluipend op handen, knieën en voeten werden azende
karpers belaagd. Voorzichtig werd een korst zo dicht
mogelijk in de buurt van een gesignaleerde karper
gepresenteerd. De keren dat het me lukte om de
beestjes niet te verjagen en zelfs zo ver te krijgen
m'n korst te nemen, resulteerden in momenten van
opperste bevrediging die de beoefening van onze hobby
zo onbeschrijfelijk mooi maken.
De eerste kattenbrokkarper
Ik weet niet meer van wiens hand het artikel was dat
ik las over het vissen met kattenbrokken, maar ik weet
wél dat ik meteen enthousiast was.
Zoals dat echter wel vaker gaat, moest ook dit idee
eerst rijpen alvorens in de praktijk gebracht te
worden. Op een zonnige voorjaarsdag in mei was het dan
zover. Ik had een pak Brekkies gekocht en was van plan
op een gedeelte van mijn viswater en waar ik nagenoeg
nooit viste, wat van de inhoud ervan in het water te
gooien. Dat zou ik aan het begin van de visdag doen,
om vervolgens op de gebruikelijke manier met korsten
in de weer te gaan.
Aan het einde van de visdag zou ik dan wel kijken of
de brokken er nog zouden liggen. Dat plan viel
zogezegd in duigen. Het volgende gebeurde: De stek die
ik in gedachten had voor het kattenbrokexperiment,
bestond uit een slootje met twee grote velden gele
plomp.
Beide velden zou ik bedienen met een paar handjes
brok. Ik had het eerste veld voorzien, liep naar het
tweede veld, twintig meter verderop, voerde eveneens
een paar handen en liep weer terug om mijn hengel op
te tuigen. Toen was ik wat aan het knoeien met m'n
spullen, tot ik opeens werd opgeschrikt door een
smakkend geluid. Dat was toch zeker geen vis?
Ik hervatte het optuigen tot ik wederom een mogelijk
nog luidere smak hoorde. Voor de zekerheid ging ik
maar even kijken. Op handen en knieën sloop ik naar
m'n eerste stek en wat bleek: er zat al een karper te
vreten van mijn brokjes! Eerst nog voorzichtig, maar
later, nadat een aantal soortgenoten was aangeschoven,
steeds gulziger.
Daar lag ik in het gras te kijken naar een fascinerend
schouwspel, waarvan ik nog nooit eerder getuige had
mogen zijn. Ik stond een moment in dubio of ik dit
vreedzame plaatje nu moest verstoren of niet. Maar ja,
je bent tenslotte sportvisser en dan is het je
uiteindelijk te doen om het vangen van vis. Ik kroop
dus terug naar m'n hengel en vervolgde het optuigen.
Dat ging niet meer zo soepel. Op zó'n moment word je
bevangen door een soort faalangst die maakt dat alles
wat maar verkeerd kan gaan, verkeerd gaat. Ik zal U
het vervolg besparen, maar tenslotte slaagde ik erin
twee karpers op de kant te krijgen. M'n eerste
kattenbrokkarpers waren een feit…
Nu wilde het toeval dat ik in dezelfde tijd Piet
leerde kennen.
Piet mag graag vissen en dan vooral op karper. Hij
vertelde me over een water waar bij, zoals hij dat
zelf uitdrukte, zichzelf elk jaar een paar keer op
trakteerde. Dat water lag echter vol met watergentiaan
en gele plomp en dat maakte het vissen op karper, maar
vooral het vangen ervan, er niet gemakkelijker op.
Onlangs nog had bij er een knaap verspeeld, die naar
eigen zeggen de twintig pond gemakkelijk haalde. Ik
vertelde van mijn kattenbrok-avontuur en een plannetje
was snel gesmeed.
3x is scheepsrecht...
De allereerste keer dat we op het water van Piet
met kattenbrokken visten, leverde nagenoeg geen
resultaat op. Alleen Piet had een drietal karpers zien
azen op een van de voerstekken die we hadden
aangelegd.
De eerstvolgende keer werd wederom niets gevangen maar
nu hadden we tenminste kansen gekregen. Helaas misten
we die paar aanbeten die we kregen. Achteraf denk ik
dat we of van doen hadden met ruisvoorn van een
formaat waarvan de bek te klein is om kattenbrokken
naar binnen te krijgen, of dat de karpers het aas min
of meer aan het besnuffelen waren. Dat laatste strookt
echter weer niet met eerdere ervaringen, dus eerlijk
gezegd weet ik niet waarom we in het begin zoveel meer
aanbeten misten dan later. In elk geval, de derde keer
dat de karpers in dit water met kattenbrokken werden
geconfronteerd, resulteerde in succes. Ik kon er
jammer genoeg niet bij zijn, maar Piet en een andere
vismaat hadden vijf karpers weten te vangen eenzelfde
aantal gemist. Ze hadden deze keer verschillende
karpers behoorlijk gulzig zien vreten. De karpers op
dit water hadden kennelijk enige tijd nodig gehad om
aan het ongewone aas te wennen.
Later, op ander water, hebben we soortgelijke
ervaringen gehad. Er is wel een mate van
instant-werking, maar een korte introductie kan geen
kwaad. Onder korte introductie versta ik dan een dag
van tevoren voeren. Dat voeren werd eerst aan de
randen van en in de openingen van de plantenbedden
gedaan, maar later ook gewoon er midden in. Het maakte
niet uit waar je de karper wou vangen, je kon ze toch
niet voorzichtig drillen. Wanneer u de karper namelijk
de gelegenheid geeft om een aantal meters van uw molen
te nemen, zal 'ie onherroepelijk de onderwaterjungle
inzwemmen. Probeer 'm er dan maar eens uit te halen,
als uw lijn al niet geknapt is of de haak
losgeschoten.
Ook het fenomeen haakbreuk heeft zich een enkele maal
voorgedaan.
Materiaal
Die keren dat de puzzelstukjes allemaal in elkaar
pasten en je werd beloond met vangst van een mooie
karper, kon je zo blij zijn als een kind. Zulke
momenten gaven het gevoel dat je goed bezig was. Maar
wanneer je dan weer een aanbeet miste, of - nog erger
- een karper verspeelde, sloeg de twijfel opnieuw toe.
De gedachte dat de manier waarop je aan het vissen
bent altijd wel voor verbetering vatbaar is, zal
zolang ik vis wel altijd aan mij blijven knagen. Dat
neemt echter niet weg dat we wel de overtuiging hebben
dat onze huidige methode zo slecht nog niet is.
Natuurlijk heeft iedereen zo zijn persoonlijke
voorkeur wat betreft hengel maar mijn voorkeur gaat
uit naar een hengel met een beetje topactie en een
lengte van 3,60 meter. Dus niet een hengel die
gemakkelijk doorbuigt tot in het handvat, zo eentje
die gemaakt is om met een pennetje onder de kant te
vissen. Zulke hengels drillen fantastisch, maar zoals
gezegd kan er in ons geval geen sprake zijn van
subtiel drillen.
Gebruik een hengel afhankelijk van het formaat karper
dat u op uw water kan verwachten, maar wanneer daar
twintig-ponders tussen zitten is een 2˝ ponds hengel
niet overdreven.
Wat de lijn betreft zijn wij helemaal verknocht aan
die nieuwe Dyneemalijnen. Deze lijnen worden door
verschillende fabrikanten gevoerd maar pas op, er is
kaf onder het koren. Het grote voordeel van een
Dynameelijn boven een lijn van nylon is dat de
eerstgenoemde slijtvaster is. Hij snijdt als het ware
door de waterplanten heen. Nylonlijnen zullen echter
veel sneller breken wanneer een karper het presteert
een aantal meters de plantentroep in te zwemmen (en
als ze maar groot genoeg zijn, zal dat ongetwijfeld
lukken). Om die reden hang ik -behalve een haak
natuurlijk -ook liever niets aan de lijn, zoals
bijvoorbeeld een beetverklikkertje.
Een ander pluspint van Dyneemalijnen is dat ze bij
eenzelfde trekkracht al nylon veel dunner zijn.
Daardoor kunt u met Dyneemalijnen gemakkelijk en
vooral verder gooien. Wat de trekkracht van de lijn
aangaat, ik vis met een 20-ponds lijn en dat is op m'n
2-ponds hengel ruim voldoende.
Ook over de haak zou ik niet lichtzinnig denken. Er
komt nogal wat kracht op de haak te staan, temeer
omdat we met redelijk stugge hengels en korte, rekloze
lijnen vissen.
Daarom gebruiken we de sterkste haken die we kunnen
vinden. Qua haakgrootte moet u denken aan maat 2, of
daaromtrent. Daar past ook gemakkelijk een drietal
brokjes op, dat gooit makkelijker en valt meer op dan
één brokje.
Aas en aasaanbieding
We vissen met katten- of hondenbrokken die op het
water blijven drijven. Dat zijn dus die harde droge
brokjes die u in vele soorten en maten bij de
dierenspeciaalzaak kunt kopen. Die droge brokjes
krijgt u echter niet zomaar op de-haak, daarvoor
moeten ze eerst worden geweekt.
Dan blijkt dat niet alle brokjes even geschikt zijn.
De ene soort zal steviger zijn dan de andere en dus
beter op de haak blijven zitten. Ik zou zeggen,
probeer een aantal verschillende merken om uit te
vinden welke soort in geweekte toestand het best op de
haak blijft zitten. De rest kan dan gewoon als lokvoer
worden gebruikt.

Omdat de door ons gebruikte haken nogal dik van draad
en dus zwaar zijn, moet er een aantal brokjes op de
haak worden gezet om te voorkomen dat het geheel
zinkt. Daarbij moet u er op letten dat de haakpunt
bedekt wordt om te voorkomen dat u overal achter
blijft haken als u het aas wilt verslepen. Ook bind ik
met behulp van een draadje vaak nog een droog brokje
aan de haak. Zo'n verse brok ruikt net even wat
sterker en blijft ook lang er ruiken dan de geweekte
exemplaren en dat kan volgens mij geen kwaad.
Met een haak, beaasd met drie geweekte en een harde
brok, kan ik met mijn 2˝ -ponds hengel en 20-ponds
Dyneemalijn, een tiental meters ver gooien. Dat is tot
nog toe ver genoeg gebleken. Mocht deze afstand niet
ver genoeg zijn, of blijkt dat u met alleen een
beaasde haak toch niet prettig kunt gooien, dan zou u
met een buldo kunnen gaan vissen.
M'n vismaten doen niet anders. Maar bedenk wel dat ik
u heb gewaarschuwd voor eventuele lijnbreuk.
Hoe gaan we nu te werk? Op een water waarvan we weten
dat er karper huist, gaan we opzoek naar plaatsen waar
redelijk wat begroeiing is. Dat kunnen bladeren van
gele plomp of waterlelie zijn, maar ook watergentiaan,
kikker beet of rietvelden. Waarom nu deze plaatsen?
Ten eerste trekken begroeide plaatsen vis aan omdat ze
dekking verschaffen en voedsel bieden. Ten tweede
blijven de brokjes in de begroeiing op hun plaats
liggen en verspreiden zich niet over het gehele water
bij het geringste zuchtje wind.
Op water waar nog niet veel met brokken is gevist,
zouden we het volgende kunnen doen. We maken zoveel
mogelijk stekken en voeren behoorlijke hoeveelheden
(zo'n tien handen brokjes per stek), waarna we de
stekken beurtelings afgaan op zoek naar azende
karpers. Wanneer we zo onze stekken afgaan om karpers
te lokaliseren, is het niet onverstandig ons zo
onopvallend mogelijk langs de kant te begeven.
Karpers zijn zeer schuwe vissen die bij het minste
onraad de vinnen nemen. Vooral ook omdat we de karpers
naar de oppervlakte lokken, kunnen ze ons nog
gemakkelijker zien. Het op handen en knieën langs de
waterkant sluipen is dan ook geen overdreven
bezigheid. Overigens kan een bril met polariserende
glazen, zo'n onder-water-kijk-bril, bij het spieden
naar karper goed van pas komen.
Actieve tactiek
Als we dan (eindelijk) een karper op de stek krijgen,
kunnen we twee dingen doen. We kunnen onze met brokken
beaasde haak ergens tussen de andere brokken gooien en
afwachten. We zouden ook een actievere tactiek kunnen
volgen door te proberen ons brokje steeds in de buurt
van de azende karper te krijgen, door geregeld opnieuw
in te gooien of ons aas te verslepen.
De karper blijft niet steeds op dezelfde plaats in de
voerplek vreten, maar zal hier en daar een hapje
nemen. Nu kunt u natuurlijk wachten tot uw brokje aan
de beurt is, maar dat kon wel eens lang gaan duren.
Door het aas steeds zo voorzichtig mogelijk in de
buurt van de vretende karper te krijgen, nemen uw
kansen toe. Bedenk echter wel dat u voorzichtig te
werk moet gaan. Mocht u de brokjes namelijk boven op
de kop van een karper gooien, dan kon u wel eens een
grote kolk zien met als gevolg dat alle karper van de
stek verdwijnt.
Wanneer de karper op de stek min of meer gewend is aan
kattenbrokken, is de volgende viswijze wellicht aan te
raden. Begin de visdag met het aanleggen van slechts
twee stekken, waarop een paar handjes brokken wordt
gevoerd. Als de karper in de buurt is en al eerder van
de brokjes geproefd heeft, zal het doorgaans niet lang
duren voordat ze aan het azen slaan. U heeft dan twee
stekken ter beschikking om te proberen karper te
vangen. Mocht u op één van de stekken de karpers
verjaagd hebben, bijvoorbeeld omdat er één is
gevangen, dan kunt u het voorlopig op deze stek wel
vergeten. Op de andere stek kan dan worden doorgevist.
Hoe dan ook, maak een nieuwe stek die, als het even
kan, in de buurt van de andere te bevissen stek ligt.
Zo kunt u de stekken steeds een stukje opschuiven,
waarbij u de jongste stekken steeds in de gaten kunt
houden. Wanneer u op deze manier te werk gaat in
plaats van tegelijkertijd vele stekken te voorzien van
brokken, voorkomt u dat op sommige stekken de karper
al verzadigd is wanneer u besluit er te gaan vissen.
|