|

BESCHRIJVING
De beekforel is een broertje van de zeeforel. Het zijn
verschillende soorten vissen, maar beekforellen en
zeeforellen kruisen geregeld met elkaar. Naar zee
trekkende forellen veranderen dan van bronskleurig in
zilverkleurig en lijken dan veel op zalmen. Zij worden
daarom ook wel Schotzalm genoemd.
Niet naar zee trekkende beekforellen zijn bronsachtig
van kleur en hebben rode en zwarte vlekken op het
lichaam met een blauw/witte rand. Deze vlekken
bevinden zich niet op de staartvin. De buik van de
beekforel is geelbruin van kleur. De beekforel heeft
een vetvin.
De paaitijd van de beekforel ligt in de winter. In
snelstromende beken worden de eitjes afgezet in
kuiltjes in de bodem en vervolgens afgedekt met
bodemmateriaal.
De beekforel voedt zich met name met roeipootkreeftjes
en watervlooien, larven van insecten en kleine
kreeftachtigen. Ook heeft de vis een voorkeur voor
insecten op het wateroppervlak en in het water
gevallen wormen.
Beekforellen verlangen heldere, zuurstofrijke beken
met een grote variatie aan stroomsnelheid. Ideaal is
als de beek uiteindelijk de mogelijkheid geeft om op
te trekken naar zee.
De beekforel is in Nederland als een zichzelf
instandhoudende populatie uitgestorven. Toch mag
voorzichtig worden geconcludeerd dat de beekforel
bezig is met een opmars. Dit komt voornamelijk door de
schoner geworden rivieren. In enkele grote rivieren
wordt de vis af en toe waargenomen. Daarbij zitten
vissen met aanzienlijke afmetingen.
Het Veerse Meer bevat nog enkele uitgezette
beekforellen.
VANGSTPROGNOSE

|