|

BESCHRIJVING
De snoek heeft een anaalvin en een rugvin. Beiden bevinden die zich ver achter op het lichaam. De snoek heeft een groenbruin/grijsbruine kleur, die op de flanken overgaat in goudkleurige vlekken, echter de kleur kan per gebied enigszins verschillen. De kop loopt uit in een brede, platte bek. De onderkaak van de snoek steekt ver uit voor de bovenkaak. De snoek is geslachtsrijp als deze ongeveer 35 centimeter lang is, de vrouwtjes iets later. De paaitijd ligt tussen april en mei.
De jonge snoek voedt zich voornamelijk met watervlooien en kleine kreeftachtigen. De oudere snoek gaat grotere gewervelden eten en voedt zich meer met voornamelijk vis en kikkers.
De snoek komt in vrijwel heel Nederland voor, met name in stilstaand of lichtstromend water, met het liefst veel onderwater- en oeverbeplanting.
Een grote snoek is een vis van rond de 80 centimeter en 10 pond. De vis kan echter tot 140 centimeter bij 40 pond groot worden.
VANGSTPROGNOSE
   
|