|

BESCHRIJVING
De kleine modderkruiper is een klein visje dat overwegend grijsbruin tot gelig is. Het visje heeft donkerbruine regelmatige vlekken op de flanken. Meer naar de rug toe loopt een stippellijn van bruine vlekjes. Opvallend aan het visje zijn de zes korte bekdraden. Vier daarvan bevinden zich op de bovenlip en twee bevinden zich in de hoeken van de bek. Zowel de rug- en staartvin zijn gevlekt. De anaalvin is niet gevlekt. De kleine modderkruiper heeft onder het oog een gevorkt stekeltje dat naar de staart is gericht.
De kleine modderkruiper kan, net als de grote modderkruiper, adem halen via de darmen.
Het visje voedt zich voornamelijk met algen, wormpjes, insectenlarven en kleine insectjes, welke hij uit de modderige bodem filtert.
De kleine modderkruiper wordt het meest aangetroffen in slootjes met dikke modderbodems. Maar ook lichtstromende wateren en in oeverzones van grotere meren kan het worden aangetroffen. De paaitijd van de kleine modderkruiper loopt van mei tot juni.
De kleine modderkruiper is enigszins zeldzaam in Nederland, maar is bezig met een opmars. Het visjes wordt beschermd door de Flora- en Faunawet.
Een kleine modderkruiper kan ongeveer 8 (mannetjes) tot 14 centimeter (vrouwtjes) lang worden.
VANGSTPROGNOSE

|