|

BESCHRIJVING
De snoekbaars heeft twee gescheiden rugvinnen, waarvan de voorste is voorzien van harde stekels. Over de flanken lopen acht tot tien donkergekleurde banden, maar bij de oudere snoekbaarzen worden dit meer vlekken. De snoekbaars heeft een groen/grijsbruine rug, die op de flanken overgaat in een lichtere kleur. De snoekbaars is na ongeveer twee jaar (mannetjes) en drie jaar (vrouwtjes) geslachtsrijp. De paaitijd ligt tussen april en mei. De jonge snoekbaars voedt zich voornamelijk met watervlooien. De oudere snoekbaars gaat grotere ongewervelden eten en voedt zich meer met, voornamelijk smalle, vis. Snoekbaarzen leven in scholen. De snoekbaars komt in vrijwel heel Nederland voor, doch verblijft zelden in koude wateren of kleine wateren. Overigens kan de snoekbaars, die steeds vaker als sportvis wordt uitgezet, zich wonderwel aan zijn omgeving aanpassen.
Een grote vis is een snoekbaars langer dan 80 centimeter en zwaarder dan 10 pond. De vis kan echter tot 120 centimeter groot worden. Vangsten van meer dan 20 pond komen steeds vaker voor.
VANGSTPROGNOSE
   
|