|

BESCHRIJVING
In de Nederlandse literatuur wordt weinig geschreven over de blauwband, terwijl in het algemeen wordt aangenomen dat het visje bezig is om in de Nederlandse wateren te integreren.
Oorspronkelijk komt het visje uit Oost-Azie, maar is, voornamelijk als aasvisje, via Oost-Europa naar West-Europa gekomen.
Het kleine visje, dat volgens sommigen enigszins op een vrouwelijk guppy lijkt, zijn te herkennen aan een lichtblauwe band. Deze band loopt van het oog horizontaal tot aan de staart. Volwassen mannetjes zijn donkerder van kleur en kunnen in de paaitijd staalblauw worden met een roodachtige kop en kieuwdeksel.
Het voedsel van de blauwband bestaat voornamelijk uit watervlooien en slakjes. De blauwband heeft eigenlijk geen bijzondere voorkeur voor een type water. Het visje kan zowel in snelstromende rivieren en beekjes als in stadsvijvers voorkomen. De paaitijd loopt van mei tot aan oktober/november.
De vis kan maximaal 6 centimeter worden en wordt maximaal 3 jaar oud. De vis is de laatste jaren sporadisch in Zuid-Limburg waargenomen. Men neemt aan dat er zich in de Maas en Rijn zichzelf in stand houdende populaties bevinden.
VANGSTPROGNOSE

|