|

BESCHRIJVING
Negen van de tien mensen denken bij een bot direct aan een zoutwatervis. En dat klopt ook eigenlijk wel. Van origine is de bot immers ook een zoutwatervis. Maar wat veel mensen niet weten, is dat de bot ook in veel zoetwater voorkomt.
De bot is een groen/bruin gekleurde platvis. Aan de "onderzijde" is de bot vaak roomwit van kleur. De vis wordt vaak verward met een schol (en schar). De bot heeft een ovaal lichaam met een kleine kop en een smalle staartwortel. De bek en de ogen staan scheef op de kop. De vis heeft lange rug- en anaalvinnen. Op de zijlijn komen kleine knobbeltjes voor. De vis voelt opvallend ruw aan als men over de "bovenkant" in de richting van de kop strijkt. De bot heeft een bovenstaande bek.
De bot voedt zich voornamelijk met kleine kreeftachtigen, kleine visjes, muggen en wormpjes.
De paaitijd van de bot loopt zo rond januari-februari. De eitjes drijven in het water en komen rond april-mei uit.
De vis is talrijk in de kustwateren van Nederland, maar komt ook vrij algemeen voor in brak of zoet water, met name de grote rivieren die een verbinding hebben met zout water. Ook in het IJsselmeer is de bot een niet onbekende vis.
Een grote bot is een vis van ongeveer 50 centimeter lang, de vis kan in Nederland maximaal 60 centimeter lang kan worden.
VANGSTPROGNOSE
   
|