|

BESCHRIJVING
Er bestaan drie soorten harders; de diklipharder, de dunlipharder en de goudharder. Een echte zoetwatervis is de harder eigenlijk niet. De vis komt in Nederland nog voornamelijk nog in brak water en in wateren voor de kust voor. De diklipharder is het meest algemene hardersoort. De dunlipharder wordt zo nu en dan nog in zoetwater aangetroffen.
De diklipharder is een wit tot zilverkleurige vis. De staartvin en de rug zijn donkergrijs tot zwart. Het lichaam is lang en weinig zijdelings samengedrukt. Over de flanken lopen donkergrijze, horizontale, banden. Overigens vertonen de drie soorten een grote gelijkenis. De harder heeft twee korte gescheiden rugvinnen, waarvan de voorste vier stekels heeft. De bek van de vis is eindstandig.
De harder voedt zich met name met dierlijk en plantaardig plankton dat het tot zich neemt uit bodemslijk en bagger. Een grote harder is er één van ongeveer 60 centimeter. De vis kan echter een lengte van ongeveer 70 centimeter bereiken.
VANGSTPROGNOSE

|