|

BESCHRIJVING
De tiendoornige stekelbaars heeft niet persé tien stekels op zijn rug, het kunnen er ook acht of negen zijn." Zo begint de beschrijving van de TIENdoornige stekelbaars op Visserslatijn Nederland. Ook bij de DRIEdoornige stekelbaars geldt dit principe.
Voor de rugvin bevinden zich namelijk twee tot vier stekels. Daarnaast heeft het visje ook nog eens drie doornen aan de buikzijde. Twee grotere daarvan zitten in het midden en één kleinere doorn nabij de anaalvin. Het is een zilverachtig tot bruinachtig visje. Het mannetje heeft in de paaitijd, dat tussen april en augustus loopt, een rode buik en rode keel en daarnaast nog eens een blauw oog. Het is een van de weinige vissen dat een nest bouwt.
De vissoort komt eigenlijk overal voor. Sommige in zout water, sommige in zoet water en sommige trekken zelfs tussen zout en zoet water. Het visje komt bijna in heel Nederland voor.
De driedoornige stekbaars wordt iets groter dan de tiendoornige stekelbaars. In het eerste levensjaar wordt het visje ongeveer twee tot vijf centimeter groot. In het tweede levensjaar komt daar nog ongeveer tot vijf centimeter bij. De driedoornige stekelbaars wordt maximaal twee jaar oud. Meestal sterft het na de voortplanting in het tweede levensjaar. Het visje wordt overigens zelden aan de hengel gevangen.
VANGSTPROGNOSE

|