|

BESCHRIJVING
De rivierprik lijkt op het eerste oog op een paling. Maar kijkt u iets langer, dan ziet u dat deze vis uiterlijke kenmerken heeft die de paling niet heeft.
De vis heeft bijvoorbeeld aan beide zijden zeven opvallende kieuwopeningen. Voorts heeft de rivierprik een snuit, een soort zuigbek. In deze snuit zitten een aantal kleine tandjes, waarmee ze op andere vissen kunnen parasiteren. De rivierprik heeft een donkerbruine tot zwarte rug en een zilverwitte buik.
De rivierprik is een anadrome vis, de vis trekt na zijn geboorte in het zoete water naar zee. De vis wordt als larve geboren. De voeding bestaat dan uit kleine organismen en kleine ongewervelde beestjes die de vis uit het water filtert. Na ongeveer 4 tot 4,5 jaar wordt de rivierprik een 'echte' vis en trekt hij naar zee. Eenmaal in zee aangekomen, leeft de rivierprik als een parasiet op andere vissen (met name haring, spiering en makreel).
De paaitijd van de rivierprik ligt tussen februari en april. De paai vindt plaats in snelstromende gedeelten van grotere rivieren. Overigens trekt de rivierprik uit zee weer de rivieren op om te paaien.
De rivierprik komt in Nederland niet echt talrijk voor. Met name in grotere rivieren en grote plassen bevinden zich nog rivierprikken.
De vis kan een maximale afmeting van ongeveer 50 centimeter bereiken.
Het zusje van de rivierprik, de beekprik, is beschermd in de Flora- en Faunawet. Doordat de larven van de rivierprik grote gelijkenis vertonen met de larven van de beekprik, vallen de rivierprikken tot 15 centimeter eveneens onder de bescherming van de Flora- en Faunawet.
VANGSTPROGNOSE

|