|

BESCHRIJVING
De tiendoornige stekelbaars heeft niet persé tien stekels op zijn rug, het kunnen er ook acht of negen zijn. Daarnaast heeft het visje ook nog eens drie doornen aan de buikzijde. Twee daarvan zitten in het midden en één doorn nabij de anaalvin. Het is een zilverachtig tot bruinachtig visje. Het mannetje heeft in de paaitijd, dat ligt zo rond april/juli, een bijna zwarte kleur.
De vissoort komt voor in langzaam stromende beken, sloten en in brak water. Opvallend is dat het visje vaak als eerste voorkomt in nieuw aangelegde wateren. Het houdt van wateren met een dichte begroeiing. Het visje komt bijna in heel Nederland voor.
De tiendoornige stekelbaars wordt niet groot. In het eerste levensjaar wordt het visje ongeveer vier centimeter groot. In het tweede levensjaar komt daar nog ongeveer drie centimeter bij. Daarmee is deze vis de kleinste inheemse Nederlandse vissoort. Ook echt oud wordt het visje niet. Meestal sterft het na de voortplanting in het tweede levensjaar. Het visje wordt overigens zelden aan de hengel gevangen.
VANGSTPROGNOSE

|