|

BESCHRIJVING
Het vetje is een opvallend klein visje met relatief grote schubben en een relatief grote bovenstandige bek. Het heeft een groenbruine rug en een zilverwit tot blauwachtige buik.
De vis is geslachtsrijp als het een lengte van ongeveer 6 centimeter heeft bereikt. De paaitijd ligt tussen april en juni. Het vetje voedt zich voornamelijk met zoöplankton alsmede eieren en larven van vis.
Vetjes leven in scholen in voornamelijk stilstaand of langzaam stromend water, waarbij het vetje een voorkeur heeft voor begroeide oevers.
Het visje komt op diverse plaatsen door heel Nederland voor, maar als de vis een keer wordt gevangen herkennen vissers het vetje vaak niet.
De maximale lengte van het vetje bedraagt 14 centimeter. Een groot vetje (een vet) is er een van 12 centimeter. Vissen van meer dan 07 centimeter worden zelden gevangen.
VANGSTPROGNOSE

|