|

BESCHRIJVING
Het lichaam van de barbeel ziet er stevig, ovaal-rond en 'torpedoachtig' uit. De barbeel heeft een onderstandige bek met vier baarddraden. Twee in de hoeken van de bek en twee aan de bovenlip. De vis heeft een hol ingesneden rugvin. De kleur is enigszins afhankelijk van zijn omgeving en varieert van een bruingroene tot olijfgroene rug. De buik is meestal vuilwit van kleur. De onderste lob van de staartvin is vaak roodachtig van kleur.
Het mannetje van de barbeel is na 3 tot 4 jaar geslachtsrijp, het vrouwtje naar ongeveer 8 jaar. De paaitijd begint in mei. De barbeel voedt zich voornamelijk met larven, insecten, kreeftachtigen en visjes.
De barbeel komt in Nederland voor op plaatsen waar het water een flinke stroming heeft. De vis vereist schuilmogelijkheden in de vorm van keien, overhangende begroeiing, spleten, enzovoort.
Vroeger was de barbeel talrijk in de Limburgse Maas en algemeen voorkomend in de Rijn, de Waal en de IJssel. Tengevolge van de bouw van
stuwen, kanalisatie en normalisatie van de rivieren is de barbeelstand na de Tweede Wereldoorlog sterk afgenomen. Tot het begin van de jaren
negentig kwam de barbeel eigenlijk alleen nog voor in de Limburgse Grensmaas en in kleinere Limburgse riviertjes zoals de Roer en de Geul. Sinds die tijd is de barbeel met een opvallend sterke opmars bezig geweest. In het Limburgse worden de laatste tien jaar in steeds meer beken en riviertjes barbelen aangetroffen, en in steeds grotere aantallen. Ook buiten Limburg komt de barbeel steeds vaker voor, in de grote rivieren als de Waal, Nederrijn, de Lek en de IJssel, maar ook in kleinere riviertjes als de Kromme Rijn. Dat de barbeel zich in Nederland succesvol voortplant blijkt wel uit de veelvuldige vangstmeldingen van juveniele exemplaren.
De maximale leeftijd van de barbeel ligt rond de 24 jaar. De gemiddelde lengte van een barbeel is 55 cm en 6 pond. Een grote barbeel is 70 cm en 10 pond. Echte recordvissen zijn meer dan 10 pond of 80 cm.
VANGSTPROGNOSE
   
|