Welkom bij het Nationaal HengelSportForum. Als dit uw eerste bezoek is, klikt u dan op FAQ voor de spelregels van dit forum.
Om te deelnemen op het forum dient u zich te registreren.
Meldt u zich vandaag nog aan bij de leukste hengelsportsite van Nederland en België en ontmoet uw (nieuwe) visvrienden online!
We waarderen uw bezoek aan het NHSF. We zouden het echter nog meer waarderen indien u aan de discussies meedoet.
Dus kom op, reageer op een vraag of stel zelf een vraag in het forum!
we zijn aan het vissen lekker vangen me maat in ik met een zuid westen wind , de wind valt stil en na een kwartier kwam hij uit het noorden, het was gebeurt ook met de vangst we zagen niets meer,wat we ook probeerde groeten gekkkon
Volgens mij is stabiel weer met de wind minimaal een dag of vier uit de zelfde hoek gemiddeld het beste.
Er zijn altijd dagen dat het niet te voorspellen is en dan kan hij uitzonderlijk goed of slecht bijten. Maar gemiddeld moet de luchtdruk en de windrichting een dag of vier stabiel blijven.
In Nederland is het meestal wind uit het westen dus de meeste kans op stabiel weer ligt ook in het westen.Toch als de wind meerdere dagen uit het noorden of oosten staat kan men regelmatig ook weer goed vangen.
Ik houd al enkele jaren de luchtdruk bij tijdens het vissen en hieruit blijkt in ieder geval dat die altijd minimaal 950 milb. of maximaal 1020 milib. moet zijn. Daarbuiten is het meestal niks met de vis.
Een paar weken geleden draaide de wind regelmatig en hier achter het huis op het oude Maasje was bijna of helemaal niks te vangen. Maar midden / eind vorige week na een aantal dagen de wind uit het noorden begon ik todch weer brasem te vangen. ( een stuk of 6 of 7 per sessie) Voor in de winter hier op een binnenwater zeker niet slecht denk ik.
Die barometerstand is wel een interessante, ik heb onderstaand stukje van het internet geplukt. Gaat wel over karpers, maar het principe blijft hetzelfde. Wat vinden jullie van die theorie?
Het is dus inderdaad nauwelijks waarschijnlijk dat een karper een luchtdrukdaling dan wel -stijging ook daadwerkelijk opmerkt. Toch is het meermalen opgevallen dat actief azende karpers de volgende dag plotseling volledig passief waren, terwijl er ogenschijnlijk niets aan de omstandigheden was veranderd, behalve de luchtdruk, die dan meestal dalende was. ........ Een flinke daling van de luchtdruk heeft bijvoorbeeld een grootte van 30 hectopascal (= 30 mbar) . Dit komt ongeveer overeen met de druk veroorzaakt door een waterkolom van niet meer dan 30 cm. Zo'n forse luchtdrukdaling heeft op de vis dus hetzelfde effect als wanneer deze 30 cm hoger in het water gaat zwemmen. Maar, is voor de karper de daling niet van groot belang, voor het microleven op de bodem van het water waarschijnlijk wel. Een massa muggenlarven bijvoorbeeld zal de plotselinge luchtdrukdaling veel sterker beleven dan een karper. Zo niet, dan zullen zij in elkaar gedrukt worden bij een te lage lichaamsdruk, dan wel uitzetten bij een te hoge lichaamsdruk. Mogelijk is het zo dat een larf bij een plotselinge luchtdrukdaling, dus een even grote drukdaling op de bodem, zijn lichaamsdruk niet snel genoeg kan aanpassen. Om te voorkomen dat hij opzwelt moet hij naar een plaats met hogere druk, dus naar beneden. Hij kruipt de bodem in. Als de druk vervolgens constant blijft zal het beestje weer langzaam omhoog kruipen, onderwijl zijn lichaamsdruk aanpassend. Natuurlijk is er in werkelijkheid niet sprake van 1, maar van een hele massa muggenlarven, die allemaal hetzelfde reageren. Als alle wormpjes de bodem ingekropen zijn is plotseling de natuurlijke voedselvoorziening van de karpers verdwenen, die daarop mogelijk voor korte tijd hun speurtocht stopzetten. Volgens deze theorie is het ook logisch dat het ene water gevoeliger is voor luchtdrukdalingen dan het andere. Is de karper hoofdzakelijk op kleine bodembeestjes aangewezen dan is de luchtdruk van groot belang. Is er echter een groot aanbod van dierlijk voedsel dat tussen de bodem en het wateroppervlak leeft, dan is die invloed waarschijnlijk minder groot. Bij een daling van de luchtdruk kunnen deze beestjes, indien nodig, gewoon een paar decimeter lager gaan zwemmen om het verschil te niet te doen. Naar alle waarschijnlijkheid echter spelen nog veel meer factoren een rol bij een naderende depressie, die wij nog niet allemaal kunnen overzien."
Leuke gedachte, maar al zouden mugenlarven dieper in de grond kruipen, dan zou de vis juist ons aangeboden (haak)aas niet willen afslaan.
Als de luchtdruk dan toch van belang is, dan denk ik dat het eerder invloed heeft op de zwemblaas van de vis. Die krimpt en wordt groter als gevolg van luchtdruk en aangezien die tegen de maag aan zit kan dat misschien de eetlust beinvloeden. Dat verklaart waarom stabiel weer beter is, omdat de zwemblaas en maag daar dan op ingesteld is.
Reageer