Welkom bij Visserslatijn Nederland

Nu op Visserslatijn...

Brasem
De brasem is gevangen met maden met een klein hengeltje in een kleine poldersloot
Lees meer ...


Leden Login

De eerste keer dat u inlogt, dient u dat twee keer achter elkaar te doen

Account aanmaken

Om in te loggen op deze website, dient u een account aan te maken.

U kunt het gratis account aanmaken op ons forum.

Wachtwoord vergeten

Uw nieuwe wachtwoord wordt per email naar u verzonden.

Letop! Thans buiten gebruik!

Visserslatijn Nederland

Bodemgesteldheid

Een plaatselijke milieuomstandigheid, die niet zozeer een eigenschap van het water zelf is, maar toch grote invloed op de verspreiding van vissoorten heeft, is de samenstelling van de oevers en bodem van het water.
Het water staat in voortdurende wisselwerking met bodem en oever. Dit kan vergaande gevolgen hebben voor de samenstelling van het water. Voedingsstoffen, zoals kalk, fosfaten en nitraten, lossen vanuit oever en bodem in het water op. Dit heeft tot gevolg dat in een rivier die stroomt door een gebied waar voedingsstoffen in de bodem zitten, het gehalte aan voedingsstoffen in het water toeneemt naarmate men verder stroomafwaarts van zijn bron komt.

De kwaliteit van de wateren wordt dus beïnvloed door de bodemgesteldheid. Daardoor kunnen bijvoorbeeld wateren op de vruchtbare kleigronden totaal andere vissen, waterplanten en andere organismen herbergen dan wateren op de arme zandgronden.
Dit verschil wordt overigens niet alleen veroorzaakt doordat uit de vruchtbare kleibodem meer voedingsstoffen in het water oplossen dan uit de arme zandgronden. Ook de troebeling die door de kleideeltjes zelf wordt veroorzaakt heeft door de lichtremmende werking ervan invloed op de samenstelling van de planten- en dierenwereld ter plaatse en dus ook op de visstand. Met uitzondering van de allerkleinste zanddeeltjes worden fijne kleideeltjes sneller door stromend water opgewerveld dan zanddeeltjes. Bij kleibodems ontstaat dus over het algemeen sneller troebeling van het water dan bij zandbodems. Daar komt nog bij dat kleideeltjes die eenmaal opgewerveld zijn, veel langer in het water blijven zweven dan zanddeeltjes. Een troebeling die door kleideeltjes wordt veroorzaakt blijft daardoor langer bestaan dan een troebeling veroorzaakt door zanddeeltjes. Via de afgifte van voedingsstoffen en de troebeling van het water bepaalt de bodemgesteldheid van een water in belangrijke mate het milieu en ook de visstand ter plaatse.

Ook op een andere manier kan de bodemgesteldheid een rol spelen in de verspreiding van vissoorten. Zo heeft de zalm voor zijn voortplanting behalve zoet, snelstromend, zuurstofrijk water ook een grindbodem nodig. De sterke teruggang van de zalmstand op de Loire in Frankrijk is mede veroorzaakt doordat de grindbodem door grindwinningen grotendeels is verdwenen. Een grove steenachtige bodem is eveneens onontbeerlijk voor kleine vissen zoals bermpje, riviergrondel en rivierdonderpad, die zich alleen in de zwakkere stroom achter stenen kunnen handhaven.

De bodemgesteldheid bepaalt in hoge mate het dragend vermogen van het water voor de visstand. Zo zit in een zandbodem doorgaans veel minder visvoedsel dan in een kleibodem. Zo zal brasem doorgaans ook minder voedsel uit een veenbodem halen dan uit een kleibodem, ondanks het feit dat zowel veenbodem als kleibodem van nature evenveel visvoedselorganisamen kunnen bevatten. De kieuwboog die het voedsel uit het bodemmateriaal zeeft, is bij brasem te fijn om de veelal grove veendeeltjes door te laten.

Het voorkomen van een dikke modderlaag betekent in ondiepe wateren vaak een grote kwetsbaarheid in strenge winters. Onder een ijslaag bedekt met sneeuw ontstaan dan maar al te gemakkelijk gevaarlijk lage zuurstofgehalten. Tevens belemmert een dikke modderlaag de groei van verschillende soorten waterplanten.

Door de geringe bezinksnelheid van fijne deeltjes worden deze voornamelijk afgezet op plaatsen waar het water een lage stroomsnelheid heeft, zoals in diepe stroomkommen en achter grote stenen en andere obstakels. In de winter, wanneer de hoogste stroomsnelheden worden gemeten, verzamelen de kleine modderkruipers zich in de diepe delen (tot 1,5 meter) van de rivierbedding, waar de stroomsnelheid dan relatief laag is. Hier ligt een dikke laag fijne zwarte modder. In het voorjaar en de zomer neemt de stroomsnelheid af en verplaatsen de vissen zich naar ondieper water, waar dan fijn materiaal afgezet wordt. Wanneer in de herfst de stroomsnelheid weer toeneemt, trekken de dieren zich weer terug naar dieper water.

(Bron: OVB)

QR Code Business Card