Welkom bij Visserslatijn Nederland

Nu op Visserslatijn...

Meevistoestemming: 3x gratis introduce bij het vissen
Sinds dit jaar is het voor houder van de Vispas om één persoon één dag gratis mee te mogen vissen in een water in de Gezamenlijke Lijst van Nederlandse Viswateren. Deze MeeVistoestemming kan online worden...
Lees meer ...


Leden Login

De eerste keer dat u inlogt, dient u dat twee keer achter elkaar te doen

Account aanmaken

Om in te loggen op deze website, dient u een account aan te maken.

U kunt het gratis account aanmaken op ons forum.

Wachtwoord vergeten

Uw nieuwe wachtwoord wordt per email naar u verzonden.

Letop! Thans buiten gebruik!

Visserslatijn Nederland

Visstandbeheerplan

Het boven water brengen van vis is een belangrijk onderdeel van de inventarisatiefase van het planmatige visstandbeheer. Nu wordt bij het inventariseren van de visstand al snel gedacht aan het professioneel bemonsteren met behulp van zegens, fuiken en electrovisapparatuur.

Met behulp van deze methodes van bemonstering is het inderdaad mogelijk om in korte tijd veel vis op de kant te krijgen. Door bepaalde technieken zoals leeftijdbepaling, lengte/gewichtrelaties en lengte/frequentie verdelingen kan daarmee in korte tijd een indruk van de conditie en samenstelling van de visstand verkregen worden.

In eerste instantie lijkt het registreren van met de hengel gevangen vis weinig zoden aan de dijk te zetten. Terwijl met de zegen soms in korte tijd veel vis wordt gevangen, zal de hengelvangstrapporteur al blij zijn met een tiental vissen.
Omdat vangstregistratie een wezenlijk onderdeel vormt van het uitgebrachte visstandbeheersplan, zullen we door middel van de navolgende voorbeelden de belangrijkheid trachten weer te geven. Let wel, het zijn slechts voorbeelden.

HENGELVANGSTREGISTRATIE IN DE PRAKTIJK (1)
Stel: er is een visvijver van ongeveer 5 ha. Het doorzicht is beperkt tot 40 a 50 cm. De begroeiing bestaat uit een vrij smalle rietzone, er groeien nauwelijks ondergedoken waterplanten. De indruk bestaat dat de visstand voornamelijk uit voorn, brasem en snoekbaars bestaat.
De leden van de plaatselijke visclub hebben een uitgesproken voorkeur voor het vissen op grote blankvoorn. Er zijn de laatste jaren echter veel klachten over de vangst; de vangsten bestaan voornamelijk uit kleine brasem en grote blankvoorn wordt slechts zelden gevangen.
In het verleden heeft de H.S.V. dit probleem getracht op te lossen door het jaarlijks uitzetten van grote blankvoorn die werd gekocht van een beroepsvisser. Na deze uitzettingen werd inderdaad een korte tijd weer grote vis gevangen, maar na een paar weken liepen de vangsten weer terug. Het visstandbeheer van de H.S.V. was beperkt tot het uitzetten van deze “handelspootvis”. Gezien de slechte resultaten en de wens de visstand te verbeteren besluit het bestuur een commissie visstandbeheer in te stellen. Deze commissie is doordrongen van het belang van planmatig visstandbeheer en wil een visstandbeheersplan voor het betreffende water gaan opstellen. Naast het beschrijven van het plangebied en het bepalen van diverse milieuvariabelen zoals zuurstof, bedekkingspercentage waterplanten en bodemstructuur, wordt ook besloten om bengelvangstregistratie te gebruiken als onderdeel van het planmatige visstandbeheer.

De H.S.V. vindt een tiental vrijwilligers bereid om regelmatig hun vangsten te registreren. Na een jaar vissen blijkt dat de vangsten voornamelijk bestaan uit kleine blankvoorn en brasem.
De resultaten van de hengelvangstregistratie worden gecombineerd met de milieugegevens. Deze geven aan dat er nauwelijks waterplanten groeien, dat de bodem uit zand bestaat en dat het zuurstofgehalte sterk schommelt.

De commissie visstandbeheer concludeert dat de visstand uit voornamelijk uit kleine witvis bestaat, die waarschijnlijk in een slechte conditie verkeert. De commissie adviseert het bestuur van de vereniging om in plaats van vis uit te zetten, een deel van de witvis te verwijderen om zo de groei van de overgebleven vissen te bevorderen.
En dat er dus weer dient te worden ingegrepen. Dit is nu heel goed te bepalen aan de hand van de resultaten van de hengelvangstregistratie.
Als hieruit blijkt dat de vangsten weer gaan bestaan uit kleine, slecht groeiende witvis, kan opnieuw worden besloten tot een uitdunningvisserij.

In dit voorbeeld maakt hengelvangstregistratie deel uit van het planmatige Visstandbeheer. In de eerste plaats wordt hengelvangstregistratie gebruikt om een indruk van de visstand te krijgen (inventarisatie visstand). Vervolgens wordt hengelvangstregistratie gebruikt om na te gaan of de maatregel, het uitdunnen van de visstand, effect heeft. (Evaluatie maatregel).

HENGELVANGSTREGISTPATIE IN DE PRAKTIJK (2)
Een H.S.V. heeft een eigen karperput. Het water is zeer in trek bij de plaatselijke sportvissers en er wordt dan ook dagelijks door een groot aantal karperaars gevist. Het blijkt echter na de jaarlijkse karperuitzetting al vrij snel dat er steeds minder wordt gevangen.
Het vermoeden bestaat dat een deel van de gevangen karpers mee wordt genomen, terwijl dat in de vergunning verboden is.
De H.S.V. zet jaarlijks 800 kg karper uit met een lengte van ongeveer 40 cm per stuk. Dit heeft dus maar een beperkt effect; direct na de uitzetting wordt er beter gevangen, maar na een paar weken lopen de vangsten weer sterk terug. Daarnaast klagen de leden dat er bijna geen grote karper wordt gevangen.

Om meer duidelijkheid te krijgen wordt een bevriende beroepsvisser gevraagd om met een zegen het water te inventariseren. Ondanks een hele dag vissen weet de beroepsvisser maar slechts enkele vissen te vangen. Dit hoeft echter niet te betekenen dat er inderdaad te weinig karper zit. Karper is namelijk een vis die vaak moeilijk met netten te vangen is, zeker als er veel obstakels en schuilplaatsen in het water aanwezig zijn. De H.S.V. is dus nog niets wijzer!

Ook in dit voorbeeld zou hengelvangstregistratie een uitstekende methode zijn om een indruk van de karperstand te krijgen. Stel nu dat in dit water door een aantal goede karpervissers wordt meegewerkt aan hengelvangstregistratie. Hieruit zou dus blijken dat er inderdaad weinig karper wordt gevangen, maar ook dat de vis amper groeit. En als karper niet groeit, betekent dit meestal dat er in het verleden teveel werd uitgezet. Dat karper vaak moeilijk vangbaar is heeft te maken met het gegeven dat deze vis snel leert om een haak te vermijden. Het uitzetten van karper leidt wel tot een tijdelijke verbetering van de vangsten, maar zal zeker niet tot gevolg hebben dat de wens van de sportvissers om grotere karper te vangen wordt vervuld.

De beste maatregel zou wel eens het stoppen van het uitzetten van karper kunnen zijn, of zelfs het verwijderen van een deel van de karper.
Hierdoor zal de vangbaarheid van de overgebleven vis echter niet toenemen. Dit is wel te bereiken door het geven van voorlichting over andere technieken en/of het gebruik van ander aas.
Toch is het waarschijnlijk dat ten gevolge van een terughoudend uitzetbeleid en na het verwijderen van een deel van de karper de hengelvangstregistratie er na verloop van een tijdje heel anders uit zal gaan zien.

Conclusie
Hengelvangstregistratie is een methode die de vereniging voortdurend gegevens levert over de ontwikkelingen in de visstand. Het vormt een onderdeel van het visstandbeheersplan. Het is onmisbaar om de al uitgevoerde maatregelen te evalueren, het plan bij te stellen zodat ieder lid veel genoegen beleeft en die vis vangt waar hij al jaren van droomt.

De hengelvangstregistratie als belangrijkste onderdeel in een visstandbeheersplan geeft daarnaast ook feitelijke kennis bij klachten van leden over vangstresultaten en is een belangrijke schakel om de leden te betrekken bij het bepalen van het bestuursbeleid.

QR Code Business Card