Welkom bij Visserslatijn Nederland

Nu op Visserslatijn...

Vissen op de Amazone: Piranha!
Zo nu en dan plaatsen we grappige of bijzondere hengelsportvideo’s. Deze keer gaan we met “Deer meat for dinner” vissen in Gyana op de Amazone. En we vangen Arapaima, Piara, Piranha!
Lees meer ...


Leden Login

De eerste keer dat u inlogt, dient u dat twee keer achter elkaar te doen

Account aanmaken

Om in te loggen op deze website, dient u een account aan te maken.

U kunt het gratis account aanmaken op ons forum.

Wachtwoord vergeten

Uw nieuwe wachtwoord wordt per email naar u verzonden.

Letop! Thans buiten gebruik!

Visserslatijn Nederland

Vistuigjes

Eén van de onderwerpen die ik in de hengelsportbladen tot nu toe heb gemist is hoe je nu precies en vrij algemeen een goed (wedstrijd)tuigje maakt.
Makkie dacht ik, maar hoe meer ik er over na ging denken, des te moeilijker en boeiender het onderwerp in kwestie bleek te zijn. Een tuigje is namelijk in bijna alle opzichten een zeer persoonlijk gebruiksmiddel om vis te vangen. Dit geldt zowel voor de recreatie- als de doorgewinterde wedstrijdvisser. Het enige dat alle tuigen met elkaar gemeen hebben zijn 4 elementen: een stuk nylon lijn, een dobber, lood en een haak.

Door gastauteur Max Wigt

Om goed beslagen het gladde ijs, wat dit onderwerp nu éénmaal is, te betreden, besefte ik dat er vooraf het nodige onderzoek moest worden gedaan. Ook een stukje geschiedenis moest deel uitmaken van het verhaal, want we hebben op het gebied van simmetjes in Nederland best een rijke historie.
Echte dobberklassiekers zullen de revue passeren; zeker die waar vandaag de dag nog bergen vis mee (kunnen) worden gevangen.

Op basis van eigen ervaringen en aangevuld met allerlei tips en trucs van topvissers uit het circuit is deze serie van 3 artikelen geschreven. De vier elementen waaruit een tuigje is opgebouwd zullen uitvoerig worden beschreven. In het laatste deel zullen deze elementen worden samengevoegd tot een aantal tuigjes waar een ieder zijn visje mee kan vangen.

Historie
VistuigjesMijn historie, voor wat betreft de hengelsport, begint op een namiddag in september 1966 aan de oever van het Verversingskanaal in Den Haag. Ik volgde daar in de buurt sinds kort judolessen en vanaf het eerste moment had het water een onweerstaanbare aantrekkingkracht op me gehad. Die middag zat er een man te vissen. Belangstellend bleef ik samen met een vriendje achter hem staan kijken. Die was het na een half uurtje wel zat en wilde naar huis, ook al omdat het half zes was geweest. Ik had daar nog absoluut geen zin in en bleef samen met de visser achter. De man ving enkele vissen en zei tegen me dat er karper op zijn stek zat. Het zou nog slechts een kwestie van tijd zijn voordat hij er één zou haken.

Wist ik veel hoe een karper eruit zag, maar, zo vervolgde hij zijn verhaal, ze konden erg groot worden. Ik werd gegrepen door iets wat me nooit meer los zou laten…………vissen. Het beeld van de steeds verder zakkende zon, de bewegende dobber en al het leven op het spiegelgladde wateroppervlak werd op die avond als een onuitwisbare herinnering op mijn netvlies gegraveerd.
Toen ik bij achten (er was nog geen zomertijd) in de schemer thuiskwam, waren mijn ouders witheet en zeer ongerust. Een aantal dagen huisarrest was de sanctie, maar ik had wel de middag van mijn leven gehad. Een week later kocht ik voor amper 5 gulden mijn eerste simmetje en een bamboe hengeltje van net 3 meter.

Nu is er in de 36 jaar die volgden heel wat veranderd; Frans riet en bamboe werden glas en glas werd begin jaren ’80 carbon. Vooral de laatste 15 jaar hebben de ontwikkelingen in de hengelsport elkaar razendsnel opgevolgd. Eén ding is er in mijn ogen altijd hetzelfde gebleven: om goed te leren vissen heb je een vaste hengel en een tuigje nodig.

DobbersDobbers
Ook daar heeft inherent aan het bovenstaande een enorme ontwikkeling plaatsgevonden. In mijn jeugd waren er de eerste Franse wedstrijdtuigjes met in onze ogen afwijkende modellen dobbers en ze kostten toen al rond de 3 gulden. Voorzien van dunner nylon, kleine haakjes en stylloodjes waren ze “the top of the bill”.

De jaren vlogen voorbij en eind zeventiger jaren kwam ik in aanraking met het wedstrijdvissen. In de zitmanden van toen zaten pennetjes die ik nog niet had gezien. Bij Henk Koster in Delft verkochten ze toen handgemaakte wedstrijddobbers van ex-Nederlands kampioen Gerard Rooswinkel. De zaak van Koster was de plaats waar het eind jaren 70- begin jaren 80 in de regio, voor wat betreft het wedstrijdcircuit, gebeurde. Als er iets nieuws te melden was, bij Henk moest je zijn!!!!!

De winkel bestaat nog steeds maar de specifieke sfeer is er helaas verdwenen. In Den Haag zelf worden bij Jan Koolmoes tot op de dag van vandaag nog steeds de befaamde “glaspennen” verkocht waarmee generaties brasemvissers groot zijn geworden. Maar ook met de pennetjes van Gerard valt nog altijd veel vis te vangen. Bij de oudere generaties onder ons worden nog steeds de befaamde Amsterdammers en Rotterdammers gebruikt. Ook ik maak nog regelmatig uitstapjes naar een zelfgemaakt en iets aangepast model van de laatstgenoemde dobber. Wat is er nu mooier dan het pennetje tot aan het “kurk“ uit het water te zien komen!!

Wat er niet te koop was, dat moest je zelf maar maken en daarvoor bleek ik over enig talent te beschikken. Ik maak nog steeds kleine series voor eigen gebruik. Daarover in een later artikel beslist meer!!

Tegenwoordig is het aanbod van dobbers enorm; je zou door de bomen het bekende bos niet meer kunnen zien. Als ik alleen al de catalogi van Sensas en Colmic opensla tel ik grofweg al 190 (!!) verschillende modellen. Een aantal modellen van de twee dobbergiganten komt sterk met elkaar overeen. Het is maar waar je voorkeur naar uitgaat; het ziet er allemaal even fraai als functioneel uit.
Toch is al dat moois simpelweg te verdelen in een tweetal hoofdgroepen, namelijk dobbers voor stromend water en dobbers voor niet stromend water. Binnen deze hoofdgroepen wordt in de keuze van de te gebruiken dobber weer rekening gehouden met de (weer)omstandigheden en is de diepte waarop gevist gaat worden eveneens een bepalende factor.

Waar men bij de keuze van een dobber op moet letten.
De vorm en de plaats van het drijflichaam, het soortelijk gewicht en de verscheidenheid van de bij de fabricage gebruikte materialen zijn bepalend voor het vistechnische gedrag van de dobber in het water. Over welke materialen hebben we het dan eigenlijk?

Het drijflichaam
Voor het drijflichaam wordt door de industrie vanwege het grote drijfvermogen hoofdzakelijk balsahout verwerkt. Het is een zachte houtsoort die bovendien zeer licht en gemakkelijk te bewerken is. In (veel) mindere mate maakt men ook gebruik van kunststof. Pennetjes met een kurken drijflichaam kom je bijna niet meer tegen.
Bij dobbers voor stromend water is de mate van stroming bepalend voor de exacte plaatsing van het drijflichaam. Is er sprake van een harde stroming dan dient de dobber voorzien te zijn van een hooggeplaatst drijflichaam, dat de vorm van een peer of een druppel heeft. Een peervormig drijflichaam wordt gebruikt wanneer de dobber tijdens de drift moet worden afgeremd om zo een aantrekkelijke aaspresentatie te krijgen. De plaatsing van het oogje in het drijflichaam is bij deze visserij eveneens van groot belang. De pen mag bij het tegenhouden vooral niet uit het water komen, maar moet zijn diepte vasthouden. Om dit te bewerkstelligen is het oogje lager (soms zelfs halverwege) in het drijflichaam bevestigd. Ook worden er door de fabrikanten tegenwoordig speciale stroomdobbers met een afgeplat drijflichaam en een eveneens platte antenne op de markt gebracht. Hiermee kan zelfs op zeer zwaar stromend water worden gevist; loodgewichten van meer dan 10 gram zijn dan zeker geen uitzondering..

DobbersDe “druppel” wordt meer gebruikt als er sprake is van langzaam stromend water, maar kan ook met veel succes in stilstaand water worden ingezet

Bij het vissen op stilstaand water zien we vooral de modellen met een langer, slanker of ovaalvormig drijflichaam.

De bovenantenne
De bovenantenne is in veel gevallen van kunststof gemaakt. Glas, hout, riet en metaal worden minder verwerkt. Een kennis van mij zweert echter voor de bovenantennes van zijn zelfgemaakte dobbers bij pitriet. Ik kan hem hierin moeilijk ongelijk geven gezien de goede eigenschappen van dit materiaal (zeer licht in gewicht en toch sterk). Een goede zichtbaarheid van de antenne is een absolute must, ongeacht het materiaal waarvan deze gemaakt is.
Kleur, dikte en lengte van de antenne zijn 3 zaken die daar grote invloed op hebben. De fluorkleuren rood, geel en oranje doen het uitstekend tegen een wat donkere achtergrond terwijl zwart juist bij “vals” licht goed zichtbaar is.
Bij een aantal modellen hebben de fabrikanten er inmiddels voor gezorgd dat de antennes verwisselbaar zijn. (bijvoorbeeld de Trio-serie van Drennan).

Kies, wanneer mogelijk voor het vissen in stilstaand water voor een model met een zo dun mogelijke antenne. De oppervlaktespanning van het water is zeker van invloed op de gevoeligheid van de dobber. Een dunne antenne zal, zeker bij een gladde waterspiegel, minder last van deze weerstand hebben dan een dikkere.

TIP BIJ HET THEMA
Om niet verwisselbare antennes qua kleur toch aan wisselende omstandigheden aan te passen brengt o.a. Drennan een assortiment van stukjes siliconenslang in verschillende diameters en kleuren op de markt.
De stukjes slang kunnen in de gewenste kleur over de bestaande antenne worden schoven.

De onderantenne
Voor de fabricage van de onderantenne is dun, al dan niet, roestvrij verenstaal het meest gebruikte materiaal. Maar ook glas en voornamelijk carbon komen in toenemende mate voor. Tonkien als onderantenne zien we echter (ten onrechte?) nauwelijks meer. Houdt er sterk rekening mee dat zowel het gebruikte materiaal als de lengte van de onderantenne bepalend zijn voor het gedrag van je dobber in het water. Een dobber met een korte onderantenne zal sneller gaan staan, terwijl een exemplaar met een lange onderantenne stabieler is. Bij dobbers voor stromend water zal men dus door de bank genomen exemplaren met een lange(re) onderantenne tegenkomen. Dat wil niet zeggen dat de pennetjes voor niet stromende omstandigheden persé korte antennes hebben. Ook hier kunnen ze aardig op lengte zijn.

Tot slot
Het voert te ver om alle modellen die alle fabrikanten op de markt brengen te beschrijven. Met plezier verwijs ik jullie voor redelijk compleet overzicht daarom naar de vrij algemeen verkrijgbare catalogus van Sensas. Ook de minder verkrijgbare catalogi van bijvoorbeeld Mondial en Colmic staan boordevol prachtige dobbers. In de Sensas Catalogus staat per model een korte omschrijving met betrekking tot de specificaties en gebruiksdoeleinden van de desbetreffende dobber en zoals ik al aanhaalde komt een aanzienlijk aantal modellen van de verschillende fabrikanten met elkaar overeen. In Dobberscombinatie met de eerder opgesomde informatie is het nu zeker mogelijk een goede keuze te maken.

[Dit artikel is eerder gepubliceerd in het magazine Witvis Totaal nummer 9.]

QR Code Business Card